Alescon-directeur William Moorlag bezorgd over stagnatie instroom beschut werk

Gepubliceerd:
interview - Het wil nog niet vlotten met het aanbieden van beschut werk door de gemeenten. Dat merkt ook Alescon, het werkvoorzieningsschap dat helpt bij het plaatsen van mensen, die vanwege hun arbeidsbeperking niet kunnen functioneren in een normale werkomgeving.
vorige
  • © René Legerstee
    © René Legerstee
volgende

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanbieden van beschut werk sinds de invoering van de Participatiewet op 1 januari vorig jaar. Alescon voert voor zes gemeenten, waaronder Assen, de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) uit.

Ook in het werkgebied van deze organisatie is de instroom klein. “Vorig jaar vond slechts één persoon een beschutte werkplek terwijl we dertig mensen konden plaatsen. Dit jaar zijn dat er tot nu toe vier”, aldus directeur William Moorlag. “Voor de start van de Participatiewet hadden we 2000 mensen aan het werk op beschutte WSW-werkplekken, nu zijn dat er nog zo’n 1700. En dat aantal moet van de overheid met 5 procent per jaar krimpen. Dat lukt door natuurlijk verloop. Iedereen met een dienstverband op grond van de WSW blijft in dienst, maar er is geen nieuwe instroom meer.”

Extra werkplekken

Met de Participatiewet wil het kabinet dat ook mensen met een arbeidsbeperking sneller en gemakkelijker aan het werk gaan. Kabinet en werkgevers hebben daarvoor afgesproken tot 2026 extra werkplekken voor deze groep te creëren. De werkgevers zorgen voor 100.000 nieuwe banen en de overheid voor 25.000. Ze zijn onder meer bedoeld voor mensen die door hun ziekte of handicap het minimumloon niet kunnen verdienen en daarom een loonkostensubsidie van de gemeente krijgen. Daarnaast is er nog beschut werk mogelijk via de Participatiewet.

“Maar de instroom naar beschut werk stagneert eigenlijk in het hele land”, ziet Moorlag. “Er zijn gemeenten die ervoor kiezen helemaal geen beschut werk te subsidiëren. Gelukkig horen onze gemeenten daar niet bij.”

Toch is Moorlag bezorgd. Vooral jongeren dreigen nu tussen wal en schip te vallen. “De gemeente heeft deze groep niet altijd goed in beeld of de regels van het UWV zijn te streng geformuleerd. Daardoor zitten er nog teveel jongeren uit met name het speciaal- en praktijkonderwijs onnodig thuis op de bank.”